Zo presteerden onze portefeuilles in maart

Waar februari ons nog in positief vaarwater hield, liet maart een heel ander gezicht zien. Onze portefeuilles sloten alle risicoprofielen behalve de geldmarktrekening af met een negatief jaarresultaat tot en met maart. Het verschil met vorige maand is groot, en dat heeft een duidelijke oorzaak: de oorlog in het Midden-Oosten liep verder uit de hand en raakte wereldwijd de olie- en aandelenmarkten.

Escalatie rond Iran jaagt olieprijs omhoog en zorgt voor onrust in de markt.

Begin maart escaleerde het conflict rond Iran in rap tempo. Toen Iran op 27 maart de Straat van Hormuz effectief sloot voor tankers van de VS, Israël en hun bondgenoten, schoot de olieprijs als een komeet omhoog. De Brentprijs brak door de grens van 100 dollar per vat en piekte later naar de 119 dollar. Duurdere energie jaagde de inflatievrees direct aan en zette wereldwijde obligatie- en aandelenmarkten onder druk.

De impact was duidelijk zichtbaar binnen de portefeuilles. Wereldwijde aandelen kwamen in maart onder druk te staan, waarbij met name groeigerichte segmenten zoals technologie en AI-gedreven bedrijven terrein verloren. Deze aandelen, die vaak tegen hogere waarderingen worden verhandeld, reageerden extra gevoelig op de toegenomen onzekerheid en oplopende renteverwachtingen. Een voorbeeld binnen onze portefeuille is Oracle, dat tijdelijk circa 30 procent verloor sinds de jaarwisseling, ondanks dat er fundamenteel weinig veranderde aan de vraag naar zijn diensten. Dit onderstreept dat de daling vooral werd gedreven door sentiment en herwaardering, en minder door verslechterende bedrijfsresultaten.

Centrale banken houden rente ongewijzigd en zetten beleggers op scherp

Centrale banken voelden de hete adem. De Europese Centrale Bank hield op 19 maart de rente ongewijzigd op 2,15 procent en schroefde tegelijk haar inflatieverwachting voor 2026 op tot 2,6 procent. Christine Lagarde van de ECB zei kort daarna zelfs dat een renteverhoging niet is uitgesloten als de energieschok langer aanhoudt. Ook de Fed klonk een stuk voorzichtiger over renteverlagingen. Voor beleggers betekent dat: minder steun van goedkoper geld, meer afhankelijkheid van winstgroei.

Dat zien we terug in onze profielen. Hoe offensiever de portefeuille, hoe groter het aandelenpercentage en dus ook de impact van de correctie. De defensievere profielen hielden relatief beter stand, al werden ook hun obligaties geraakt door de opgelopen rentes. Alleen de geldmarktrekening profiteerde juist van de hoger gebleven korte rente en eindigde het eerste kwartaal met een plus van 0,4 procent.

Optimisme richting eind maart

Eind maart tekende zich voorzichtig al een stabilisatie af op de markten. Het echte positieve nieuws volgde begin april, toen het bericht over een voorwaardelijk staakt-het-vuren van twee weken tussen de VS en Iran de spanning deed afnemen. De olieprijs daalde weer onder de 100 dollar en aandelenmarkten veerden krachtig op. Voor de portefeuilles van Mercurius betekent dit dat de eerdere verliezen inmiddels volledig zijn ingelopen. Het verdere verloop blijft echter afhankelijk van de ontwikkelingen in de komende weken en in hoeverre de Straat van Hormuz weer volledig opengaat voor regulier scheepvaartverkeer.

Onze koers blijft hetzelfde. We houden vast aan spreiding, kwaliteit en een gedisciplineerde focus op bedrijven die op langere termijn hun eigen groei kunnen creëren. Maanden als maart zijn vervelend, maar ze zijn geen reden om een gezonde strategie los te laten. Integendeel: juist wie in turbulente periodes rustig en consistent blijft beleggen, zet de basis voor rendement in de jaren die volgen.

Scroll naar boven